Hulpverleners vrezen voor juridische gevolgen bij het melden van een calamiteit

vrijdag 20 juli 2018, Tijd 17:38 uur

Prof. dr. Roland Friele heeft onderzoek gedaan naar calamiteitsmeldingen in de Geestelijke Gezondheidszorg (ggz). Het onderzoek was eigenlijk gericht op het betrekken van familie en naasten (en waar mogelijk de patiënt) bij de analyse over de oorzaak van een calamiteit. Met calamiteiten worden suïcide of noodsituaties met ernstige gevolgen voor de patiënt bedoeld. Uit het onderzoek blijkt echter dat veel zorgverleners vrezen voor juridische consequenties als een calamiteit gemeld moet worden aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De vraag luidt dus; is er in de zorg sprake van een tekortkoming aan kwaliteit of niet?

Volgens Professor Friele is de angst van de zorgverleners wel te begrijpen, maar onterecht;

“Het algehele gevoel bij professionals is dat je gedoe krijgt. Maar er is een gedragscode voor de gehele gezondheidszorg, de Goma, die een duidelijke norm stelt en dat is: Wees zo open mogelijk over fouten in de zorg en geef ook aan patiënten aan dat er iets mis is gegaan.”

Tevens bleek uit het onderzoek dat het melden van calamiteiten in de ggz beperkt wordt door de angst die zorgverleners hebben omtrent tuchtklachten, claims of juridische consequenties. Uiteraard kan een zorgverlener geconfronteerd worden met juridische gevolgen als hij of zij daadwerkelijk een fout heeft gemaakt. Professor Friele legt de nadruk echter op “kan”; “Het gebeurt zelden. Fouten zijn niet te voorkomen, en als dat gebeurt ligt de focus niet op de fout maar op de vraag wat je kan doen en wat er van geleerd kan worden.”

Het is voor de professional voornamelijk van belang dat de instelling zijn zorgverleners ondersteunt bij het analyseren van een calamiteit. Volgens Friele is veiligheid het kernwoord;

“Professionals moeten weten waar ze aan toe zijn en dat het er niet om gaat een schuldige aan te wijzen. Het is ook belangrijk om in de analyse de familie, naasten en de cliënt te betrekken. Zij hebben het recht om gehoord te worden. En meer nog: ze hebben veel gezien in het zorgproces van de cliënt. Hun inbreng telt.”

Friele geeft aan dat de relatie tussen zorgverlener en patiënt en tussen zorgverlener en familie in de ggz complex is. Hierdoor is het vaak lastig om familie en naasten te betrekken bij het onderzoek naar de oorzaak van een calamiteit; “Wij pleiten er dan ook voor om juist al bij de zorgverlening familie en naasten te betrekken. Als je mensen bij de zorgverlening een rol toekent, komt dat de relatie ten goede.”

Bovendien wordt de drempel hierdoor minder hoog om familie en naasten te betrekken bij onderzoeken die verricht worden naar aanleiding van calamiteiten.

Auteur: redactie Zuster Jansen

*

*

captcha

Please enter the CAPTCHA text

Nieuwsarchief